Woonvraag breder dan beleid veronderstelt
Twee recente onderzoeken op basis van WoON2024 laten zien dat de woonvraag in Nederland breder is dan het woningbouwbeleid vaak veronderstelt. De analyses maken duidelijk dat woningbouwbeleid nog onvoldoende aansluit op hoe woningzoekenden daadwerkelijk willen wonen, wat zij kunnen betalen en welke keuzes zij in de praktijk maken. Daarmee onderstrepen de onderzoeken de noodzaak van woningbouwbeleid dat beter aansluit op de werkelijkheid van de markt.
Meer nuance in het debat over woonbehoefte
Het eerste onderzoek is uitgevoerd door RIGO in opdracht van IVBN, NEPROM en WoningBouwersNL. Dit rapport laat zien dat woonbehoefte niet alleen draait om wat huishoudens idealiter zoeken, maar ook om wat zij feitelijk kunnen betalen en welke concessies zij in de praktijk doen. Daarmee brengt het onderzoek meer nuance aan in het debat over betaalbaarheid, programmering en doorstroming.
RIGO onderscheidt drie manieren om naar woningbehoefte te kijken: via zoekprijs, bestedingsruimte en feitelijk verhuisgedrag. Afhankelijk van die benadering bestaat het aanbodtekort voor 75 procent, 53 procent of 59 procent uit betaalbare segmenten. Het onderzoek laat daarmee zien dat woonbehoefte niet overtuigend is terug te brengen tot één norm of één beleidsdoel. Ook blijkt dat bouwen in duurdere segmenten wel doorstroming oplevert, maar niet vanzelf het verlies aan betaalbare nieuwbouw compenseert.
Download hier het RIGO rapport
Het tweede onderzoek is uitgevoerd door Friso de Zeeuw en Geurt Keers, op persoonlijke titel en in opdracht van WoningBouwersNL en NEPROM. Na eerdere analyses in 2018 en 2021 concluderen zij ook op basis van WoON2024 dat we niet bouwen zoals Nederlanders willen wonen.
Hun analyse laat zien dat de vraag naar nieuwbouw veel breder is dan vaak wordt verondersteld. Volgens het onderzoek bestaat de nieuwbouwvraag in Nederland voor 50 procent uit eengezinswoningen. Richting 2040 loopt dat aandeel op naar 56 procent, terwijl de huidige plannen uitgaan van slechts 28 procent eengezinswoningen. Ook ligt de vraag naar woningen in groene woonmilieus op 60 tot 70 procent, terwijl de plancapaciteit vooral op stedelijke milieus is gericht.
De Zeeuw en Keers zetten daarnaast een aantal hardnekkige beelden over de woningmarkt in een ander licht. Zo vormen 65-plussers slechts 12 procent van de actief woningzoekenden, tegenover 35 procent starters en 53 procent doorstromers onder de 65 jaar. Ook blijkt dat doorstromers vaak op zoek zijn naar eengezinswoningen. Daarmee laat het onderzoek zien dat een eenzijdige focus op stedelijke appartementen onvoldoende aansluit op de feitelijke vraag.
Download hier het rapport ‘We bouwen niet zoals Nederlanders willen wonen’
Woningbouwbeleid moet beter aansluiten op de praktijk
Samen laten de onderzoeken zien dat de woonvraag complexer en veelzijdiger is dan in beleid vaak wordt aangenomen. Wie effectief woningbouwbeleid wil voeren, moet niet alleen kijken naar papieren uitgangspunten, maar ook naar woningtype, betaalbaarheid, woonmilieu en doorstroming in samenhang. Juist daarin ligt de sleutel tot beter aansluitend woningbouwbeleid.


