RSA Regional Studies Association Congres 2025
De Regional Studies Association (RSA) is een internationaal kennisnetwerk dat zich richt op de analyse van regio’s en regionale vraagstukken. De vereniging brengt academici, studenten, beleidsmakers en praktijkprofessionals samen en vormt daarmee een gezaghebbend platform voor iedereen die zich bezighoudt met regionale ontwikkeling, planning en beleid.
Namens WoningBouwersNL woonde woningmarktonderzoeker Jannes van Loon het jaarlijkse RSA-congres bij in Porto. De plenaire lezingen vonden plaats in een prachtige, modernistische collegezaal van de Faculteit Economie. In talloze kleinere collegezaaltjes presenteerden wetenschappers, van promovendi tot gepensioneerde hoogleraren hun meest recente onderzoeken in specialistische subsessies.
Waar vorig jaar de nadruk lag op de kracht van regionale ontwikkelingen en (hardnekkige) regionale verschillen binnen Europa, was er dit jaar meer aandacht voor bredere geopolitieke ontwikkelingen. Zo dwingt het radicale beleid van president Trump Europa ertoe kritisch naar zichzelf te kijken. Duidelijk werd dat er enorme investeringen nodig zijn om de Europese defensie weer op orde te krijgen. Hierdoor speelt sectoraal beleid op dit moment een belangrijkere rol in Europa dan regionaal beleid.
In het onderstaande verslag deelt hij zijn bevindingen, inzichten en inspiratie die hij daar opdeed. Mocht je naar aanleiding van onderstaande verslag meer willen weten, neem dan contact op met Jannes.
Plenaire programma
Elisa Ferreira, voormalig lid van de Europese Commissie voor cohesiebeleid, gaf een update over regionaal beleid in Europa. Volgens haar is het Europese beleid voor regionale ondersteuning een groot succes. Ze onderbouwde dit met een interessante grafiek waaruit blijkt dat de verschillen in nationaal BBP tussen Europese landen in 2023 veel kleiner waren dan in 2000 (toen het cohesiebeleid begon). Waar het BBP per inwoner in Midden- en Oost-Europese landen in 2000 nog 50% onder het Europees gemiddelde lag, was dat verschil in 2023 teruggebracht tot slechts 20%. Ter illustratie: Nederland kende in 2023 een van de hoogste BBP’s per inwoner (50.000 euro), wat nog slechts het dubbele is van het land met het laagste BBP per inwoner, Bulgarije (23.000 euro).
Het Europese eenwordingsproces heeft dus geleid tot economische convergentie tussen landen, al blijven er zorgen over de interne verschillen binnen landen. Wel zijn er enkele bedreigen voor het Europese, regionale beleid:
- De opkomst van populistische partijen met een anti-EU agenda
- Daling van EU-budgetten (regionaal beleid is nu nog de op één na grootste post)
- Nieuwe prioriteiten zoals defensie, en het verbeteren van competiviteit(volgens het Draghi-rapport)
Raphael L’Hoest (Duitse ministerie van Economie en Klimaatactie) stelde daarom krachtig: “Juist nu is het de tijd om sterk te zijn.”
Duarte Rodrigues (Portugees departement voor ontwikkeling en cohesie) wees erop dat de afname van nationale welvaartsverschillen binnen Europa de toenemende ongelijkheid binnen landen maskeert. Achtergestelde regio’s hebben het moeilijk om hun achterstand in te halen, mede omdat economische groei vooral plaatsvindt in sterke regio’s. Dit geldt ook voor Nederland: de groei wordt vooral gestimuleerd via de Randstad en technologieclusters zoals ASML in Eindhoven. Groei stimuleren in meer landelijke regio’s waar nauwelijks economische activiteit is, zullen we niet snel doen.
Renata Calack (Pools ministerie van Fondsen en Regionaal Beleid) liet zien hoe Europese subsidies in Polen hebben geleid tot decentralisatie van instellingen en subsidiekanalen, en tot professionalisering en betere verbinding tussen stad en platteland. Vooral middelgrote steden in Polen profiteerden hiervan.
Daarnaast worstelt de EU met mondiale megatrends:
- De breuk met de VS en de daaruit voortvloeiende onzekerheid
- Demografische krimp (‘demografische winter’)
- Klimaatverandering en asymmetrische kansen door de Green Deal (Oost-Europa blijft achter in innovatie en investeringen in de energiettransitie)
- Problemen in ‘trapped regions’ (zoals Frankrijk en Italië), vaak met anti-EU stemgedrag
- Gebrek aan concurrentiekracht (Draghi-rapport)
Nederland staat er relatief goed voor. Volgens kaarten van het Europese Milieuagentschap ondervindt Nederland relatief weinig negatieve effecten van klimaatverandering, en bevindt innovatie en dus toekomstige economische groei zich vooral in ontwikkelde regio’s zoals Nederland.
Pedro Conceição (United Nations Development Programme) pleitte ervoor om ons niet blind te staren op economische groei (gemeten in BBP), maar juist meer aandacht te geven aan ‘human development’. Het UNDP publiceert hierover sinds 1990 en deelt data en inzichten via platforms als: https://www.undp.org/publications en https://horizons.hdr.undp.org/
Kennis over regionale transformatie
In de afsluitende sessie ging het over kennisdeling en regionale innovatie. In Nederland wordt vaak gesproken over de “Triple Helix”: samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en universiteiten. Het ASML-cluster in Eindhoven is hier een goed voorbeeld van.
Volgens Maribel Guerrero (Universiteit van Arizona) is dit inmiddels achterhaald. Echt succesvolle regio’s betrekken ook maatschappelijke organisaties en houden rekening met het leefmilieu – een zogeheten “Quintuple Helix”. In Nederland zou deze benadering kunnen helpen om maatschappelijke draagvlak voor economische groei te behouden, zeker in het licht van woningtekorten en stikstofproblemen. Wanneer de groei van clusters als ASML ertoe leidt dat lokale jongeren geen woning kunnen vinden, verdwijnt het draagvlak voor groei en uitbreiding snel.

Louise Kempton introduceerde een kennisdelingsinstituut dat universiteiten verbindt met overheden. Dit lijkt mij minder relevant voor Nederland, waar veel academische kennis al (gratis) beschikbaar is.
Inzichten uit specialistische sessies
Ook dit jaar waren er weer honderden specialistische, parallelsessies. Hier wat inzichten uit de sessies die ik bezocht.
Sabine Dörry (LISER) maakte een interessant punt: enerzijds zijn financiële stromen uiteraard belangrijk om zicht te krijgen op wat de belangrijke financiële centra in de wereld zijn. Anderzijds spelen juridische structuren een cruciale rol in het structureren van deze geldstromen. Zij pleit er daarom voor om financiële centra te conceptualiseren als een ‘assemblage of authority’.
Voor Nederland is dit concept zeer relevant. Nederland speelt namelijk een buitenproportioneel grote rol in mondiale financiële stromen. Dit is grotendeels te verklaren door – mede ‘dankzij’ de koloniale geschiedenis en rijke handelsverleden – het feit dat Nederland buitengewoon veel buitenlandse belastingverdragen heeft afgesloten. Dankzij deze specifieke, lokale juridische structuur kan geld eenvoudig het land in- en uitstromen. Hier profiteren multinationals en vermogende individuen optimaal van. Zij richten juridische entiteiten op in Nederland, laten daar omzet naartoe stromen en boeken vervolgens allerlei kosten (zoals royalty’s) af, die ze kunnen aftrekken van hun belastingaangifte. Op die manier verlagen ze hun belastingdruk aanzienlijk.
De Nederlandse overheid en Belastingdienst hebben deze juridische structuren jarenlang actief gestimuleerd, onder andere om de Zuidas te promoten als internationaal zakencentrum.
De presentatie van Darek Wojcik, over de ‘Big Four’ in accountancy, liet zien hoe deze grote vier accountantskantoren een belangrijke rol spelen in het legitimeren van financiële centra. Ze creëren zelf geen geld, maar zijn cruciaal in het waarborgen van de kwaliteit ervan, bijvoorbeeld via het controleren van jaarrekeningen. Daarbij opereren ze in een comfortabele oligopolie: uit vrees voor marktconcentratie mogen ze niet verder fuseren, maar door extreem hoge toetredingsdrempels hoeven ze ook geen concurrentie te vrezen. Sterker nog, in veel landen zijn bedrijven verplicht om periodiek van accountant te wisselen, wat deze kantoren van een constante omzet verzekert.

Soms is het ook gewoon erg verhelderend om te horen hoe de situatie in andere Europese landen is. Zo ontvangen inwoners van Litouwen sinds de Russische annexatie van de Krim folders in hun brievenbus met instructies: Wat te doen in een crisis? Wees gerust bij een militaire dreiging – Litouwen zal worden beschermd! Dit onderstreept hoe dreigend de situatie aan de oostgrens van Europa is in vergelijking met het Westen. Er is bovendien een direct verband tussen de hoogte van de defensie-uitgaven en de afstand tot de Russische grens: hoe dichterbij, hoe hoger de uitgaven. Polen is hier de absolute koploper, gevolgd door de Baltische staten en Finland.

We vergeten het weleens, maar er zijn nog steeds veel ontwikkelingsbanken actief – vaak in handen van overheidsinstellingen. Sterker nog, het aantal staatsbanken groeit. In Nederland kennen we bijvoorbeeld de Bank Nederlandse Gemeenten en de Waterschapsbank. De achterliggende gedachte is dat toegang tot financiering cruciaal is voor economische groei, en dat ontwikkelingsbanken regio’s kunnen bedienen die door reguliere financiële instellingen worden genegeerd.
Susanne Frick (Cardiff University) deed hier onderzoek naar en liet zien dat de werking van ontwikkelingsbanken per land sterk verschilt. In Duitsland wordt de KfW (in handen van de federale overheid) vooral gebruikt voor ondersteunende financiering: federale banken kunnen hierdoor goedkoper lenen en dat geld doorlenen aan lokale bedrijven. In Frankrijk financiert Bpifrance juist direct bedrijven via een netwerk van lokale ‘loketten’. De Europese Investeringsbank (EIB) heeft een bredere doelstelling en richt zich vooral op bedrijven die bijdragen aan belangrijke maatschappelijke transities, zoals de energietransitie.
In een presentatie van Dan Breznitz werd kritisch gekeken naar directe buitenlandse investeringen (FDI). Veel instellingen beschouwen FDI als iets positiefs: het leidt tot banengroei, economische ontwikkeling, kennisoverdracht en innovatie in de ontvangende landen. Breznitz liet echter zien dat deze voordelen vaak beperkt zijn. In de praktijk komen deze investeringen vooral terecht bij Westerse multinationals.
Multinationals zijn uiterst efficiënte bedrijven die hun kennis en innovatie juist intern houden. Ze delen die zelden met lokale actoren en instellingen. Ze zijn vooral gericht op het reduceren van onzekerheid en risico’s om hun kapitaalintensieve activiteiten winstgevend te houden. Het zijn ‘reservoirs van kennis en technologie’, maar zelden verspreiders daarvan. Ze creëren hun eigen netwerken en instituties die weinig tot niets bijdragen aan lokale kennisdeling. Wel klopt het dat hun investeringen leiden tot werkgelegenheid en economische groei in de regio’s waarin ze investeren.
Mark Baker (Universiteit van Manchester) onderzoekt momenteel, in opdracht van de nieuwe Britse regering, de mogelijkheden voor de ontwikkeling van compleet nieuwe steden. Ook in Engeland is de woningnood hoog en men wil opschalen naar een woningbouwproductie van 300.000 woningen per jaar, inclusief de ontwikkeling van twaalf nieuwe steden met elk minimaal 10.000 woningen.
De discussies daar zijn vergelijkbaar met die in Nederland. Engeland kent bijvoorbeeld stevige oppositie tegen bouwen in de zogenoemde green belt – vergelijkbaar met ons Groene Hart: een groene zone rondom steden zoals Londen, waar niet gebouwd mag worden. Deze tegenstand komt vooral van omwonenden (NIMBY’s), terwijl de regering het planologisch systeem juist wil vereenvoudigen om de bouw te versnellen. Interessant om te volgen of er in Engeland wél doorbraken komen.

Sommige presentaties vielen op door hun originele databron. Zo presenteerde Frank Neffke (Complexity Science Hub Vienna) onderzoek naar de geografie van softwaretaken. Dit is interessant, omdat ongeveer 10% van alle banen hiermee verbonden is. Beleidsmakers proberen vaak technologiebedrijven aan te trekken in de hoop een soort ‘nieuwe Silicon Valley’ te creëren.
In hun analyses gebruikten Neffke en collega’s data van een online forum voor programmeurs. Daarmee brachten ze onder meer in kaart dat Python tegenwoordig de dominante programmeertaal is. Ook werd zichtbaar waar technologische innovatie werkelijk ontstaat – en dat is even slikken: alleen Londen staat in de top 10. De overige steden op die lijst bevinden zich allemaal in de Verenigde Staten en Canada.
Excursie & slotdiner
Tijdens de excursie bezochten we een groot terrein aan de Portugese kust, waar een voormalige olieraffinaderij wordt omgevormd tot stadswijk met woningen, bedrijven en een technische faculteit. Het Nederlandse architectenbureau MVRDV ontwierp een plan met veel groen, waarbij de oorspronkelijke duinen een prominente plek krijgen. Zie https://mvrdv.com/news/4179/former-refinery-becomes-an-eco-city-international-consortium-led-by-mvrdv-designs-winning-vision-for-matosinhos-portugal

Het slotdiner vond plaats in de prachtige zaal van het Palácio da Bolsa – een sfeervolle afsluiting van een intensieve en leerzame week.


