WoningBouwersNL is positief over de actiegerichte aanpak van de minister in het vandaag gepresenteerde Actieplan Versnelling Woningbouw. Het plan bevat concrete maatregelen om procedures te verkorten, regels te vereenvoudigen en de uitvoeringskracht te vergroten. Tegelijkertijd waarschuwt WoningBouwersNL dat hiermee de structurele productie van 100.000 woningen per jaar nog niet binnen bereik is.
Piet Adema: “Het is goed dat de minister niet met nóg een analyse komt, maar de uitvoering centraal stelt en dat daarbij nadrukkelijk wordt samengewerkt met corporaties, ontwikkelaars, bouwers en investeerders. Woningbouw is een keten: versnellen lukt alleen als publieke en private partijen vanaf het begin samen optrekken. Er is veel aandacht voor de corporaties in het Actieplan en ik ga graag met haar in gesprek om verder te bouwen aan goede maatregelen voor de markt.”
Minder regels en vooral minder tijd
WoningBouwersNL ziet ook potentie in de vereenvoudigingsagenda. De uitvoering van STOER, modernisering van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het parallel laten verlopen van processen en verdere digitalisering kunnen daadwerkelijk kostbare tijd uit woningbouwprojecten halen. Ook de ambitie om het ontwerp- en vergunningstraject van gemiddeld acht naar vier jaar terug te brengen, is belangrijk.
Daarbij is continuïteit minstens zo belangrijk. Projecten lopen nu regelmatig vertraging op doordat tijdens langlopende planprocessen uitgangspunten of gemeentelijke wensen veranderen. Meer uniformiteit en voorspelbaarheid kunnen voorkomen dat plannen telkens opnieuw moeten worden doorgerekend en ontworpen. Projecten van 10 tot 15 jaar zijn geen uitzondering.
Ook het voornemen om industrieel bouwen verder op te schalen en met typegoedkeuring de technische toetsing sterk te vereenvoudigen, gaat de woningbouw helpen met versnelling. Hetzelfde geldt voor de aangekondigde 230 fte extra capaciteit bij gemeenten en ondersteuning met specialistische expertise bij provincies. Veel projecten lopen immers niet vast op de wil om te bouwen, maar op onvoldoende capaciteit om plannen tijdig te behandelen.
Bouwen waar de vraag is
Tegelijkertijd ontbreekt volgens WoningBouwersNL nog een cruciale voorwaarde om structureel 100.000 woningen te halen: voldoende bouwlocaties op plekken waar mensen daadwerkelijk willen wonen.
Er is op papier veel plancapaciteit, maar een groot deel daarvan is nog zacht. Voor 2026 tot en met 2030 gaat het om circa 823.000 woningen, waarvan slechts 47 procent in harde plannen zit. Meer locaties aanwijzen is daarom niet voldoende; ze moeten ook snel tot ontwikkeling kunnen komen en aansluiten bij de woningvraag.
Ook is WoningBouwersNL terughoudend over de verwachtingen van het beter benutten van de bestaande voorraad door optoppen, splitsen en inbreiden. De praktijk is complex en lokaal bestaat regelmatig weerstand, zonder stevige keuzes zal deze aanpak niet de genoemde 10 tot 20 duizend maar maximaal 10.000 woningen opleveren.
Businesscase blijft kwetsbaar
Een tweede zorg is de financiële haalbaarheid. Stijgende rente en een verwachte toename van de bouwkosten van 10 procent komend jaar zetten projecten verder onder druk, terwijl tegelijkertijd een groot aandeel betaalbare woningen en investeringen in infrastructuur, openbare ruimte en voorzieningen worden gevraagd. Het Actieplan onderkent zelf dat de businesscase hierdoor onder druk staat. De door de Woonalliantie berekende 3 tot 5 miljard per jaar om tot 100.000 woningen én de gewenste betaalbaarheid mogelijk te maken is niet teruggekomen in de rijksbegroting, ergens in de plannen moet dat gecompenseerd worden.
WoningBouwersNL ziet daarom de inzet van het kabinet om met gemeenten en provincies in gesprek te gaan over bovenwettelijke eisen als belangrijke vereiste.
“Rijksgeld om een project haalbaar te maken heeft weinig zin als dezelfde businesscase lokaal vervolgens wordt belast met extra eisen”, aldus Adema.
Dat vraagt ook om ruimte om slimmer en betaalbaarder te bouwen. Kleinere woningen kunnen bijvoorbeeld bijdragen aan haalbaarheid en betaalbaarheid, maar moeten dan lokaal ook daadwerkelijk worden toegestaan door gemeenten. Voor middenhuur is de aangekondigde ondersteuning van €10.000 per woning te weinig, het gat is minimaal €20.000 tot €30.000. Liever zou WoningBouwersNL dan ook een ondersteuning per woning zien met een bedrag dat werkt dan een ondersteuning op papier zonder dat het een project helpt om van de grond te komen.
Randvoorwaarden kunnen versnelling alsnog blokkeren
Naast procedures blijven netcongestie en stikstof grote risico’s voor de productie. WoningBouwersNL steunt daarom maatregelen die woningbouw eerder duidelijkheid geven over aansluiting op het elektriciteitsnet en vergunningverlening en pleit dan ook voor de invoering van de rekenkundige ondergrens voor stikstof eind 2026. Een snelle uitrol kan projecten vanaf eind 2027 versnellen, mits niet reeds uitgevoerd onderzoek opnieuw hoeft te worden gedaan. Wij pleiten dan ook
Meer actief grondbeleid kan eveneens helpen. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar nieuwe instrumenten om grondposities te verkrijgen. Gemeenten beschikken zelf al over veel grond. Een actievere inzet van die bestaande posities kan woningbouw direct aanmerkelijk dichterbij brengen.


