Geert Wilders (PVV), Dilan Yesilgöz (VVD), Pieter Omtzigt (NSC) en Caroline van der Plas (BBB) hebben na bijna zes maanden onderhandelen een akkoord gesloten. Jannes van Loon, woningmarktonderzoeker van WoningBouwersNL, heeft het hoofdlijnenakkoord geanalyseerd. Deze analyse gaat in op de plannen die deze nieuwe coalitie in het hoofdlijnenakkoord “Hoop, lef en trots” beschrijft voor de woningbouw.

Effecten hoofdlijnenakkoord op de woningbouw

Het hoofdlijnenakkoord bestaat uit tien hoofdpunten waarbij woningbouw valt onder het derde punt, “Wonen en volkshuisvesting, infrastructuur, openbaar vervoer en luchtvaart; elke regio telt.” Het gehele document is met 26 pagina’s aan de korte kant. Dit komt vooral doordat ervoor gekozen is om een programkabinet op te zetten waarmee het kabinet op grotere afstand komt te staan van het parlement dan gebruikelijk. Een normaal kabinet met de PVV was voor vooral NSC en VVD een stap te ver. De komende weken worden de ministerposten ingevuld, deze staan ook open voor personen die niet lid zijn van de coalitiepartijen. Zo zijn er sterke geruchten dat PvdA’er Plasterk de voornaamste kandidaat is om premier te worden.

Onder druk van de VVD is ervoor gekozen om de begroting de komende jaren in evenwicht te houden en aan de Europese begrotingsnormen te voldoen. Besparingen worden vooral gezocht omtrent rijksuitgaven (€4 miljard), ontwikkelingssamenwerking (€2,5 miljard), hoger BTW-tarief hotels/cultuur (€2 miljard), een korting op de EU-afdrachten (€1,6 miljard), minder subsidies duurzame energie (€2 miljard) en het afschaffen van het Groei- en stikstoffonds (€30 miljard). Extra uitgaven worden vooral gedaan aan verlaging van het eigen risico (€5 miljard), lastenverlichting voor bedrijven en ondernemers (ruim €2 miljard) en extra defensie-uitgaven. Ook wordt er bijna €10 miljard extra vrijgemaakt voor de bouw van vier kerncentrales, €5 miljard voor de agrarische sector, €5 miljard voor woningbouw en €2,5 miljard voor infrastructuur. Echter, de precieze effecten van de plannen zijn nog onbekend aangezien het CPB deze niet heeft doorgerekend. Ook is het sterk de vraag hoe realistisch veel van de voorgestelde bezuinigingen zijn. De kans is dan ook aanwezig dat de overheidsfinanciën zullen verslechteren de komende jaren.

Stabiel beleid voor woningbouw
De afgelopen jaren heeft minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Hugo de Jonge de basis gelegd voor stevig volkshuisvestelijk beleid. Veel van zijn plannen zijn/worden omgezet in wetten en subsidies. Het nieuwe kabinet zal deze ingeslagen weg voortzetten met hooguit enkele accentverschuivingen.

Het aanpakken van de wooncrisis wordt erkend als topprioriteit en volkshuisvesting wordt door de vier partijen gezien als een grondwettelijke verplichting om als overheid in te voorzien. De nieuwe minister verantwoordelijk voor volkshuisvesting zal dan ook verantwoordelijk worden voor het halen van een woningbouwproductie van minimaal 100.000 woningen per jaar. De belangrijkste punten om de woningbouw te stimuleren:

  • Geen extra, nationale duurzaamheidsregels voor bouwen.
  • Organisatie van een woontop “waarbij rijksoverheid, pensioenfondsen, woningcorporaties, sociale partners, gemeenten en provincies afdwingbare afspraken maken om woningbouw structureel te verhogen” (p. 7).
  • Grotere rol voor corporaties in (lage) middenhuur. Ook zullen er met corporaties bindende prestatieafspraken worden gesloten.
  • Bestaande woningvoorraad beter benutten, vooral door herbestemming van bestaande gebouwen te verruimen en waar wenselijk juridisch te verankeren (inclusief permanente bewoning van recreatiewoningen te gedogen).
  • Het zo snel mogelijk aanwijzen van nieuwe gebieden voor grootschalige woningbouw, bij voorkeur rond bestaande infrastructuur en onder meer gebaseerd op het programma NOVEX.
  • “Meer beschikbare en betaalbare bouwgrond, lagere kosten en meer autonomie voor medeoverheden door een belasting op ongebouwde grond met een woonfunctie. De mogelijkheden voor een gemaximeerde planbatenheffing of vergelijkbaar systeem bij woningbouw worden benut. Met gemeenten wordt afgesproken dat de opbrengsten hiervan volledig ten gunste komen voor bereikbaarheid van de wijk en het bouwen van betaalbare huur- en koopwoningen.” (p. 7)
  • “Het zorgen dat er meer grond beschikbaar is (‘straatje erbij’, binnenstedelijk en buitenstedelijk); in nieuw te bestemmen gebieden gaat woningbouw, in geval van concurrentie om grond, boven windmolens. Er wordt toekomstbestendig gebouwd en rekening gehouden met water, bodem, landschap en stedenbouwkundige kwaliteit.” (p. 7)
  • De wet Regie volkshuisvesting wordt omarmd om procedures te versnellen. Daarnaast krijgen woningzoekenden een grotere rol in de besluitvorming via het opzetten van klankbordgroepen voor woningzoekenden.
  • Het stimuleren van coöperatief wonen door het wegnemen van juridische en financiële belemmeringen.

Twee derde betaalbaarheid 2.0?
Betaalbaarheid blijft een zeer belangrijk punt voor de nieuwe coalitie. Nog steeds dient 30% van de nieuwbouw te bestaan uit sociale huurwoningen en twee derde van alle nieuwbouw te bestaan uit ‘betaalbare’ woningen. Wel lijkt er ruimte voor een nieuwe definitie: betaalbaarheid wordt in het hoofdlijnenakkoord geformuleerd als woningen die “betaalbaar zijn voor middeninkomens”. Veel hangt dus af van de invulling van een nieuwe minister. Gaat deze een nieuwe betaalbaarheidsnorm formuleren? En zo ja, is deze dan ruimer of juist nauwer dan de huidige betaalbaarheidsnorm?

Maatregelen nieuwbouwbeleggingen
Maatregelen om de beleggingsmarkt in nieuwbouwwoningen te stimuleren blijven nog wat vaag. Dit terwijl die juist hard nodig zijn nu in mei de wet betaalbare huur door de Tweede Kamer is aangenomen. In het hoofdlijnenakkoord wordt nu vooral ingezet op het verminderen van de regeldruk “en waar mogelijk de belastingdruk”. Hiervoor zal de woonimpuls deels worden ingezet.

Bestaande woningen
De hypotheekaftrek en het eigenwoningforfait blijven ongewijzigd tijdens deze kabinetsperiode. Ook mogen gemeenten de OZB nog maar beperkt verhogen. Daarnaast zal er een onderzoek komen om te kijken in hoeverre het mogelijk is om sociale huurders een recht tot kopen van hun huurwoning te geven. Ook komt er hulp voor “mensen en kleine ondernemers bij het verduurzamen van hun woningen en bedrijfspanden.” Hoe deze hulp vorm wordt gegeven zal de nog te benoemen minister bepalen. Verder komt er geen verplichte labelsprong voor koopwoningen en wordt de verplichting om vanaf 2026 bij vervanging van de verwarmingsketel een warmtepomp te nemen afgeschaft. Wel blijft de nieuwe coalitie de internationale klimaatafspraken respecteren, maar het is zeer onduidelijk hoe deze gehaald gaan worden. Er wordt vooral ingezet op waterstof, kernenergie, windenergie op zee en gaswinning op de Noordzee. Voor de gebouwde omgeving ontbreken plannen om in 2050 tot een uitstootvrije omgeving te komen.

Onzekerheid stikstofbeleid
De nieuwe coalitie heft het stikstoffonds op en wil stikstofnormen schrappen zodat de agrarische sector op de oude, zeer vervuilende voet verder kan. Ook wordt de kritische depositiewaarde geschrapt uit de wet. Daarnaast wil de nieuwe coalitie veel kleine natuurgebieden simpelweg opheffen. Deze plannen staan lijnrecht tegenover Europese wetten en afspraken. De kans is dus erg groot dat de juridische onzekerheid rondom stikstofregels en woningbouw sterk zal toenemen in de komende jaren.

Gehele hoofdlijnenakkoord downloaden

Persbericht van WoningBouwersNL over het hoofdlijnenakkoord

 

 

Gerelateerde artikelen

Ben je nog niet uitgelezen? We hebben nog veel andere mooie artikelen, daar kun je op bouwen.

Wil je ook WoningBouwer worden?

Geef dan nu een boost aan je ondernemerschap en sluit je aan!

Meer informatie